Dag 7, In alle (3) staten (Springfield – Tusla)
We beginnen al iets te wennen aan de tijdzone, en zijn al iets over 6 wakker. We scoren een ontbijtje in de wat kleine ontbijtruimte, maar we hebben een tafeltje weten te bemachtigen. We rijden weg in wat regen, dat hadden we al een tijdje niet meer gezien. In de straat op jacht naar een grote chef, maar die blijkt te zijn verdwenen. Wel is er een banden muziek stuk bij gekomen. Door met 25 mijl/uur over de streepjes te rijden hoor je Beautiful America. Hij doet het best aardig, zet het geluid maar hard en oordeel zelf.
De volgende stop is een grot. Zoals een goede Yank betaamt pak je ook in de grot de auto. Waarom zou je lopen. Het is wel een grote grot (ook erg Amerikaans) en de verlichting zorgt voor mooie plaatjes. De gids weet uiteraard ook het nodige te vertellen en is blijkbaar van de flauwe woordgrapjes. Ik vind het vooral grappig dat hij zelf iedere keer maar weer zegt dat hij van die flauwe grapjes maakt zodat je weet dat hij dat net weer heeft gedaan. Snap ie m?
Aan het einde van de tour krijgen we nog een groepsfoto en kunnen we op weg naar Kansas, want dat is de volgende staat die wij gaan doorkruizen. Het was overigens wel prettig dat we een beetje vroeg waren, want er waren al wat wachtrijen toen wij terugkwamen van onze tour.





We hebben de weg snel te pakken en komen langs een klein vervallen mini bedrock dorpje, grappig.


De volgende stop is in Carthage bekijken we eerst een oud motel: het Boots Court Motel. Netjes en bijzonder, wat het motel heeft allerlei vreemde ronde vormen. En een radio op de kamer, als ik de reclameplaat moet geloven. Het is blijkbaar het vermelden waard.
Naast het hotel ligt een pannenkoeken restaurant, ook uit het jaar kruik. Ze hebben alles weer netjes bijgehouden en vernieuwd met de oude look. Het nodigt uit om er een pannenkoek te eten en dat doen we dan ook maar. Opeens schalt de muziek van de Andrew Sisters door het etablisement. Het gordijntje van de bandbox is opengegaan en ze zijn aan het spelen. Vroeger zat deze bandbox in een ander restaurant en dan had je ook een muntjes gleuf in elke booth. Dan kon je op die manier de bandbox, als een soort alternatieve jukebox, laten spelen.
Weer onderweg merken we dat het frisje ervoor zorgt dat de pannenkoeken beginnen op te zwellen in de maag. Niet dat we er ziek van zijn, maar we zitten in ieder geval goed vol. We gaan in ieder geval op zoek naar een grote coca colafles en een crayon krijtje voor een school. Het was even zoeken omdat het krijtje zich had verscholen achter een boom, maar wij hebben hem gebuut.
Niet veel later staan we bij de grens tussen Missouri en Kansas. De grens doet ook mee aan de Route66 gekte en er zijn 2 Route66 schilden op de grond geschilderd, zodat je weet aan welke kant je staat. Wij vervolgen onze weg in Kansas

Het eerste Kansas dorpje is een oud mijnstadje Galena. Daar komen wij onze cars vriendjes tegen. Ze hebben ook allemaal een eigen plekje en hier wonen duidelijk mensen met teveel tijd over. Alles klopt in ieder geval. Iets verder in het dorp nog een big boy en de amerikaanse vlag van kenteken platen. Gelukkig spraken we er een biker, die ons erop wees, want het viel in eerste instantie niet eens op dat het de vlag was.
Verder op de route wilde Mirjam heel graag de oude brug zien. Nou dat kan en wat kan dat ook tegenvallen. Ja, de brug was al een eeuw oud, maar voor de rest… Gelukkig reden we erna nog langs een drive-inn bios, die wij wat meer konden waarderen. We zijn Oklahoma ingereden en het is inmiddels al weer wat verder op de dag. We besluiten te tolweg naar de blauwe walvis te nemen. Een enorm gevaarte met kleine glijbanen en een staart, waarvan je vroeger af kon springen. Nu vinden ze dat niet meer verantwoord, zowel door de staat van de staart, als de diepte van het watertje.
Terwijl we op de walvis staan vult het parkeer terrein zich met allemaal corvette stingrays. Wel cool om zoveel moois bij elkaar te zien staan. Het blijkt overigens geen auto voor jonge, stoere mannen. Ter indicatie: Wij haalden de gemiddelde leeftijd goed naar beneden.



In Tusla slapen we in het Campbell hotel op de Route66. Zeker van binnen een prachtig en stijlvol hotel, waar we zeer vriendelijk welkom worden geheten. We krijgen de Weimann kamer, in de stijl de oude staalfabriek die hier vlakbij zat.
Op advies van de receptionist eten we iets bij de The Mother Road foodmarket vlakbij. Leuk concept, je kan bij verschillende keukens eten halen en eet dat aan grote tafels op. Ze zijn ook blij dat je daarmee de lokale bevolking steunt, daar werken wij graag aan mee.
We lopen de halve mijl terug en komen aardig bezweet in het hotel aan. Deze temperaturen zijn we niet meer helemaal gewend en morgen kunnen we zelfs de 40 aantikken. Het maakt dat we knap moe zijn en mede door het trage internet moet de rest van de blog wachten tot nu, de volgende ochtend dus.













Ik vroeg me al af of de late blog lag aan de jetlag of aan het fantastische US internet van de jaren 50….
Now you know. Al werkt een wat trage Internet verbinding wel als slaap katalysator heb ik gemerkt.
Klinkt best aardig dat bandenmelodietje. Leuk die Cars auto’s!